De kracht van de natuur
De nieuwe natuur dient zich elk jaar weer aan alsof ze nooit is weggeweest. Eerst bijna ongemerkt. Je loopt langs een boom die gisteren nog kaal leek en ineens zie je het: kleine, frisse knoppen die zich voorzichtig openen. Alsof de boom zelf weer even moet oefenen met leven.
Vooral de berken verraden dat het seizoen kantelt. Hun stammen lijken nog wit en stil, maar van binnen gebeurt er van alles. De sappen beginnen te stromen. Het is een stille beweging, onzichtbaar voor wie haast heeft, maar onmiskenbaar voor wie even blijft staan. Op de grond, dicht bij het pad, verschijnt vaak als een van de eersten het klein hoefblad. Kleine zonnetjes in het nog bleke gras. Gele bloemetjes die zich niets aantrekken van koude nachten of natte klei. Ze bloeien gewoon. Alsof ze willen zeggen: het kan weer.
In die eerste tekenen van het voorjaar zit iets troostrijks. De natuur begint niet met grote gebaren, maar met kleine beloftes. Een knop. Een bloem. Een warme zonnestraal waardoor de deuren weer even open kunnen, licht dat naar binnen kan. Misschien is dat ook waarom natuurbegraven steeds meer mensen aanspreekt. Het idee dat je uiteindelijk deel wordt van dezelfde kringloop. Niet onder een steen, maar tussen bomen die elk jaar opnieuw uitlopen. Tussen wortels die water zoeken en bladeren die licht vangen. En ergens, heel dichtbij, groeit dan misschien weer klein hoefblad. Gele bloemetjes die elk voorjaar even laten zien dat verdwijnen niet het einde is, maar een ander begin.
Deborah
Geplaatst in Alle berichten, Columns, Geestmerloo, Natuur